Abraham, Izak en Jakob (Gen. 12-36)

Integrale tekst van de podcast

Zoals we in de eerste aflevering van deze serie hebben gezien vormt het gehele eerste deel van Genesis feitelijk een inleiding op de geschiedenis van Abraham en zijn nakomelingen.
God heeft de mens geschapen met een eigen wil. Dit leidt er echter toe dat de mens zich verzet tegen God en gescheiden raakt van de boom des levens. En in plaats van te erkennen dat men geneigd is God ongehoorzaam te zijn en Gods leiding te zoeken, raakt de mens steeds verder van God verwijderd. De mensheid keert zich tegen God. Dat is de aanleiding tot de zondvloed. Alleen de gelovige Noach en zijn gezin worden gered. Maar dat brengt geen oplossing. Want ook de nakomelingen van Noach gaan uiteindelijk de verkeerde kant op en de torenbouw van Babel laat zien dat men nog steeds God niet wil dienen. Opnieuw komt de mens in opstand tegen God.

God wil een relatie met de mens. En de vraag is wat hiervoor nodig is. Dan komt God met een plan. Hij kiest Abraham uit, om uit hem een volk te laten groeien dat Hem zal dienen. Als voorbeeld voor de rest van de wereld. Niet om de rest van de wereld uit te sluiten, maar juist om de rest van de wereld jaloers te maken zodat zij zich ook zouden willen aansluiten bij Gods volk. Zo zou Abraham een zegen worden voor alle volken. Dat is de geschiedenis van Abraham, Izak en Jacob. In deze aflevering bespreken we deze geschiedenis.

 

Terach vertrekt uit Ur met zijn zoon Abram en andere familieleden naar Charan. Ur ligt in het zuidelijk deel van Mesopotamië, het huidige zuidoosten van Irak. In de tijd van Abram was het een havenstad aan de Perzische golf. Het lag in de streek Sinear. En zo begint deze geschiedenis waar de vorige geschiedenis eindigde. De torenbouw van Babel vond plaats in de streek Sinear, en vanuit deze streek vertrekt Abram met een aantal familieleden naar Charan. Charan ligt in het zuidoosten van Turkije, vlakbij de grens met Syrië. Het ligt aan de noordelijke zijde van de Eufraat. De route vanuit Ur naar Charan loopt langs de Eufraat en de Tigris, en was een belangrijke handelsroute in de oudheid. Waarom Terach besloot om vanuit Ur te vertrekken naar Charan is niet duidelijk. We moeten ons voorstellen dat het niet een kleine groep is geweest die vanuit Ur naar Charan is vertrokken. Later blijkt dat Abram in staat is om meer dan 300 volwassen mannen bij elkaar te brengen om te vechten. De hele familie die op reis is gegaan, moet dus vele honderden zo niet een paar duizend mensen hebben omvat. Feitelijk was het dus een clan die zich in Charan vestigde.

Als Abram in Charan is, spreekt op een gegeven moment God tot Abram. Zijn vader is dan al overleden. God belooft Abram om hem te zegenen en hem tot een groot volk te maken. Ook geeft God hem de opdracht om naar het land Kanaän te gaan. Abram vertrekt samen met zijn vrouw Saraï en zijn neef Lot, de zoon van zijn broer. Als Abram in het land Kanaän is aangekomen belooft God dat dit land aan zijn nakomelingen gegeven zal worden. Deze twee thema’s spelen een grote rol in het begin van de Bijbel: nakomelingen en land. God belooft Abram tot een groot volk te maken en hem een land te geven. Maar de vervulling van beide beloften gaat niet zo maar. Dat is een thema dat we met regelmaat zullen zien terugkeren.

 

We lezen dan dat God spreekt tot Abram. Hij belooft Abraham opnieuw nageslacht. We lezen dan de opmerking dat Abraham op de HEER vertrouwde, en dat God hem dit toerekende als rechtvaardigheid. Dit is de kern van de relatie tussen God en Abram. Geloof is vertrouwen. En dat geloof maakt Abram rechtvaardig.

God sluit op een indrukwekkende manier een verbond met Abram. God draagt Abram op om een aantal dieren te slachten en in helften tegenover elkaar te leggen. Terwijl Abram in diepe slaap is, gaat God als een brandende fakkel tussen deze stukken door. Deze manier om een verbond te sluiten komt verder in de Bijbel niet voor, maar was in de oudheid wel bekend. Gewoonlijk liepen de twee partijen dan samen tussen de doorgesneden dieren door. Maar hier is het alleen God die tussen de helften door gaat. En dat maakt duidelijk dat het hier gaat om een eenzijdig verbond. Om een onvoorwaardelijke belofte van God aan Abraham en zijn nageslacht.

God belooft Abram opnieuw veel nakomelingen. Ook geeft God een kijkje in de toekomst. Abram krijgt te horen dat zijn nakomelingen gedurende een lange periode in een vreemd land zullen wonnen, maar dat ze daarna het beloofde land in bezit zullen krijgen. Later in deze serie zullen we nog zien dat dit precies zo is gebeurd. De nakomelingen van Abraham zijn in Egypte terechtgekomen, en hebben daar zo’n 200 jaar gewoond. Vanuit Egypte is men toen naar het beloofde land gereisd.

God omschrijft aan Abram het land dat hij zal krijgen. Het land dat aan Abram wordt belooft wordt omschreven als het gebied van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat. Het is het gebied van de Keniet, de Keniziet, de Kadmoniet, de Hethiet, de Perizziet, de Refaieten, de Amoriet, de Kanaäniet, de Girgasiet en de Jebusiet. Dat is het grondgebied van tien volkeren. Op basis van deze gegevens is tot op zekere hoogte vast te stellen wat de grenzen van het land zijn. Dit is het gebied dat in het zuiden begrensd wordt door de woestijn. De Sinaïwoestijn hoort dus nog bij het land. In het westen wordt het land begrenst door de Middellandse zee en in het noordoosten door de Eufraat. Naar het oosten toe strekt het land zich uit voor zover het gebied in die tijd bewoond werd. Dat is niet tot aan de Eufraat in het huidige Irak. Ertussen zat nog een grote woestijn die onbewoond was. Dit gebied is bedoeld voor alle nakomelingen van Abram. Als we dit gebied vergelijken met de huidige kaart van het Midden-Oosten dan gaat het om het huidige land Israël inclusief de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever. In het zuiden hoort dan de Sinaïwoestijn erbij die nu van Egypte is. In het oosten een deel van Jordanië. En in het noorden Libanon en een deel van Syrië.

We zullen later in deze serie nog stilstaan bij de grenzen van het beloofde land voor de nakomelingen van Jakob. Die grenzen zijn kleiner dan die voor Abraham. Als het gaat om het beloofde land wordt dan ook gesproken over een gebied van zeven volkeren, terwijl aan Abram een gebied van tien volkeren wordt toegezegd. Het verschil zit met name in een gebied aan de zuidkant en in het oosten. Het verschil is goed te verklaren, immers Abram kreeg meer nakomelingen. Ook de nakomelingen van Ismaël krijgen een deel van het gebied dat aan Abram wordt toegezegd. Het grootste deel is voor de nakomelingen van Jakob, maar een kleiner deel is voor de nakomelingen van Ismaël.


Als Saraï, de vrouw van Abram, niet zwanger wordt krijgt Abram een kind bij Hagar, zijn slavin. Nadat Hagar een zoon met de naam Ismaël van Abram heeft gekregen geeft God aan dat Zijn verbond niet via Ismaël zal lopen maar via de zoon van Saraï die een jaar later geboren zou worden. Ook geeft Hij aan Abram de opdracht om zijn nakomelingen als teken van het verbond te besnijden. Vanaf dit moment wordt de naam van Abram veranderd in Abraham, en zijn vrouw wordt voortaan Sara genoemd. Het land dat aan de nakomelingen van Izak wordt beloofd is alleen het land Kanaän. Later, als we de geschiedenis van Mozes en Jozua bespreken, zal duidelijk worden wat de grenzen zijn die God voor ogen had voor de nakomelingen van Izak.

 

 

Kern van de beschrijving van de geschiedenis van Abram is het verbond van de besnijdenis en de naamsverandering van Abram en Saraï. Dat zien we terug in de opbouw van de geschiedenis. Die is namelijk spiegelbeeldig. Met maar liefst acht niveaus. Het begint met de vermelding van de nakomelingen van Terach, en wordt afgesloten met de nakomelingen van Nahor. In de niveaus ertussen lezen we tot twee keer toe dat Abraham doet alsof Sara zijn zus is, om te voorkomen dat ze door een vreemde vorst wordt afgepakt. En Lot wordt eerst gered uit de gevangenschap, en later uit Sodom. Opnieuw twee spiegelbeeldige geschiedenissen. Net voor de centrale deel over het verbond lezen we over de belofte van de geboorte van Ismael, en net erna over de belofte van de geboorte van Izak. Op deze manier is de hele geschiedenis opgebouwd met als kern het verbond van de besnijdenis.

 

 

De geschiedenis van Abram heeft een mooie symmetrische opbouw. Daardoor wordt duidelijk wat de kern van deze geschiedenis is, namelijk het verbond en het teken van de besnijdenis. Dit is wat we noemen een voorwaardelijk verbond. De zegen van God is verbonden aan het houden aan van de regels die God geeft. Het feit dat men op God vertrouwt en een volk is dat apart gezet is van de andere volken moet blijken uit het feit dat men de jongens laat besnijden. Belangrijk is om op te merken dat niet de besnijdenis als zodanig rechtvaardig maakt, maar dat de besnijdenis een teken is dat men in God gelooft en in Hem zijn vertrouwen stelt. Dat geloof is het wat rechtvaardig maakt.

 

 

Op hoge ouderdom krijgen Abraham en Sara een zoon, Izak. En God maakt duidelijk dat het Izak is die zal erven van Abraham. Maar dan stelt God Abraham op de proef. God draagt Abraham op om zijn zoon te offeren. En Abraham geeft gehoor aan deze opdracht. Hij gaat op weg en legt Izak op een altaar. Maar voordat Abraham zijn zoon kan doden grijpt God in. Opnieuw belooft God dan Abraham te zegenen met veel nakomelingen. Maar ook zegt God dat dankzij de nakomelingen van Abraham alle volken zich gezegend zullen noemen. Dit is een belangrijke opmerking. Het laat zien dat de zegen van God voor de nakomelingen van Abraham niet alleen bedoeld zijn voor die nakomelingen, maar bedoeld zijn om alle volken te zegenen. God heeft Abraham en zijn nakomelingen apart gezet als een volk dat door Hem gezegend wordt, opdat ook de andere volken God zouden dienen. Een voorbeeld dus, maar niet exclusief. God oogmerk is altijd de hele wereld geweest.

 

Als we de Bijbelse geschiedenis verder volgen dan valt op dat de rol van Izak beperkt is. Hij staat eigenlijk in de schaduw van zijn vader. Dat blijkt wel uit de wijze waarop hij aan een vrouw komt. Abraham stuurt zijn knecht naar het gebied waar hij zelf vandaan komt. Daar ontmoet de knecht Rebekka bij een bron. De knecht wordt uitgenodigd om te blijven eten. Als de knecht de bedoeling van zijn bezoek heeft duidelijk gemaakt, besluit Rebekka dat zij mee wil. Zo keert de knecht met Rebekka terug bij Abraham en wordt Rebekka de vrouw van Izak. Izak zelf speelt in deze geschiedenis eigenlijk geen rol.

 

Ook Rebekka, de schoondochter van Abraham en vrouw van Izak, is in eerste instantie onvruchtbaar. Maar als haar man Izak voor haar bidt, dan wordt ze zwanger van een tweeling, Jakob en Ezau. Een belangrijke deel van de geschiedenis van Izak gaat over de rivaliteit tussen deze twee broers. Nog voor de geboorte zegt God tegen Rebekka dat de oudste de jongste zag gaan dienen. De jongste houdt tijdens de geboorte de hiel van de oudste beet, en wordt daarom Jakob genoemd, wat ‘hiel’ betekent. De oudste is Ezau. Als Izak oud geworden is, wil hij zijn zoons zegenen. Hij stuurt Ezau erop uit om op wild te gaan jagen. Izak wil graag wild eten en dan Ezau zegenen. Maar voordat Ezau terug is bedriegt Jakob hem met een list. Geholpen door zijn moeder Rebekka. Zij slacht een bokje uit de kudde, en de huid wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat Jakob net zo harig aanvoelt als Ezau. Jakob, die blind geworden is van ouderdom, geeft Jakob vervolgens de zegen. Als Ezau terugkomt van de jacht en ontdekt dat zijn broer Jakob hem bedrogen heeft, is hij woedend.

Jakob is bang voor de haat zijn broer en slaat op de vlucht. Zijn vader adviseert hem om te trouwen met een dochter van de broer van Rebekka. Die broer van Rebekka heet Laban. En Jakob gaat op weg naar Paddan-Aram, het gebied waar zijn grootvader Abraham vandaan komt, en ook zijn moeder Rebekka.

 

Onderweg ontmoet Jakob God bij de plaats Bethel. Daar herhaalt God de belofte die Hij aan Abraham heeft gedaan. Jakob zal veel nakomelingen krijgen en het land zal aan zijn nakomelingen gegeven worden. Aangekomen in Paddan-Aram ontmoet Jakob bij een put Rachel, de dochter van Laban. Jakob wordt uitgenodigd in het huis van Laban, en besluit voor hem te gaan werken. Als beloning komen ze overeen dat Jakob zeven jaar voor Laban zal gaan werken, en dan met Rachel mag gaan trouwen. Als de tijd aanbreekt en het huwelijk wordt gesloten, komt Jakob erachter dan Laban niet Rachel maar haar zus Lea ten huwelijk heeft gegeven. Jakob is bedrogen. Vervolgens trouwt hij alsnog Rachel, in ruil voor nog eens zeven jaar werken. Ook krijgt hij twee slavinnen, Zilpa en Bilha.

 

Jakob krijgt kinderen bij Lea, en vervolgens bij haar slavin Zilpa. Rachel blijft echter onvruchtbaar. Daarom geeft ze Jakob haar bijvrouw Bilha, en met haar krijgt Jakob eveneens kinderen. Uiteindelijk krijgt ook Rachel kinderen. Haar eerste zoon is Jozef.

 

Op een gegeven moment besluit Jakob dat hij weg wil bij Laban. En na 20 jaar gaat hij op pad, met zijn vrouwen, kinderen en vee. Hij stuurt een bode naar Ezau met de mededeling dat hij weg is bij Laban vandaan. Die bode komt terug met de mededeling dat Ezau met een groep van 400 mensen naar Jakob onderweg is. Jakob wordt bang. En om te voorkomen dat Ezau zijn hele bezit overvalt, verdeelt hij zijn mensen en vee in twee groepen en stuurt hen een verschillende kant op. Dan helpt hij zijn vrouwen en kinderen de Jabbok over te steken en blijft zelf achter. Die nacht worstelt hij met een man. Het blijkt een gezant van God te zijn, een engel. Die engel geeft hem een nieuwe naam, Israël. Dat betekent zo iets als strijder met God.

Jakob ontmoet de andere dag zijn broer Ezau, en ze verzoenen zich met elkaar. Vervolgens draagt God Jakob op om opnieuw naar Bethel te gaan. Daar bevestigt God de belofte van veel nakomelingen en een eigen land. Ook wordt de naamsverandering van Jakob in Israël bevestigt.

Vandaar trekt Jakob verder. Onderweg bevalt Rachel van haar tweede zoon, Benjamin. Tijdens de bevalling overlijdt Rachel. Benjamin is de twaalfde en laatste zoon van Jakob.

Jakob komt uiteindelijk weer terug bij zijn vader Abraham.

 

Net als de geschiedenis van Abraham heeft ook de geschiedenis van Jakob een symmetrische structuur. Bij de geschiedenis van Abraham staat de instelling van de besnijdenis en de naamsverandering van Abram en Saraï centraal. En bij de geschiedenis van Jakob staat eveneens zijn naamsverandering centraal. De naamsverandering na zijn worsteling met de gezant van God.

 

De symmetrische structuur begint met de vermelding van de nakomelingen van Izak, en eindigt met de opsomming van de nakomelingen van Ezau. In het begin komen we de ontmoeting van Jakob met God in Bethel tegen, en in het spiegelbeeld is er opnieuw een ontmoeting van Jakob met God in Bethel. In het midden van de structuur zien we de worsteling van Jakob met God bij de Jabbok. Dan wordt ook zijn naam veranderd in Israël.

 

In de geschiedenis die we vandaag bespreken komen we tot drie maal toe een geboorte van een zoon tegen uit een vrouw die in eerste instantie onvruchtbaar is.

In Genesis lezen we hoe drie zaken met elkaar verbonden worden: God die een verbond met Abraham en zijn nageslacht sluit, de belofte van een zoon voor Saraï en de opdracht om jongens op hun achtste dag te besnijden. Saraï was onvruchtbaar en had de leeftijd bereikt waarop het niet meer mogelijk is om nog nakomelingen te krijgen. Maar ondanks haar hoge leeftijd krijgt Sara een zoon, en daarmee begint datgene wat God beloofd heeft: het ontstaan van een groot volk. In deze geschiedenis geeft God Zelf aan hoe het kind moet heten, en lezen we over de besnijdenis van het kind.

Ook Rebekka, de schoondochter van Abraham en vrouw van Izak, is in eerste instantie onvruchtbaar. Maar als haar man Izak voor haar bidt, dan wordt ze zwanger van een tweeling, Jakob en Ezau.

Jakob trouwt met Rachel en Lea, en ook Rachel wordt in eerste instantie niet zwanger. Maar dan denkt God aan haar en wordt Jozef geboren.

Zo begint de geschiedenis van de aardsvaders met drie vrouwen die alle drie in eerste instantie onvruchtbaar zijn.

 

Ter afronding van de geschiedenis van Izak maken we nog even een sprong naar het einde van zijn leven. Dan zijn alle twaalf zoons bij hem, en zegent hij hen. En dan valt op dat er twee zoons zijn die een bijzondere en meer uitgebreide zegen krijgen. Dat zijn Juda en Jozef. Juda is de belangrijkste zoon van Jakob. Ondanks het feit dat hij niet de oudste is. Ruben is namelijk de oudste. Maar hij heeft zijn eerstgeboorterecht verloren omdat hij met Bilha, één van de bijvrouwen van zijn vader, heeft geslapen. Daarna komen Simeon en Levi als tweede en derde zoon. Ook zij hebben hun positie verloren, omdat ze bloed aan hun handen hebben. Ze hebben namelijk de inwoners van Sichem vermoord nadat hun zus Dina verkracht was. En dus is het eerstgeboorterecht terechtgekomen bij Juda, de vierde zoon. 

 

 

In de zegen die Jakob over Juda uitspreekt horen we de belofte van een Messias die zal komen: “In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heersersstaf, totdat hij komt die er recht op heeft; hem zullen de volken gehoorzaam zijn”. De andere bijzondere zegen is er voor Jozef. Hij is de oudste zoon van de vrouw die Jakob het meest heeft liefgehad, Rachel. Het is deze Jozef die een grote rol zal spelen in het vervolg van de geschiedenis. Daarover gaan we meer horen in de volgende aflevering van deze podcastserie.

Als we de geschiedenissen van de aartsvaders overzien dan staan twee spiegelbeeldige constructies centraal. In de eerste zien we in het centrum de instelling van de besnijdenis, de belofte van nakomelingen en land, en de naamsverandering van Abram en Saraï. In de tweede spiegelbeeldige constructie staat de naamsverandering van Jakob centraal na zijn worsteling met een gezant van God. De belofte van God is niet veranderd, maar daar waar Abraham een vast vertrouwen had in de belofte van God zien we bij Jakob een worsteling.

Toch zal God Zijn beloften in stand houden. Het nageslacht van Jakob zal groeien tot een groot volk en uiteindelijk zal dit volk het beloofde land in bezit krijgen. Maar eerst moet een grote bedreiging voor de nakomelingen van Jakob overwonnen worden, namelijk de bedreiging door een jarenlange hongersnood. Daarin zal Jozef een grote rol spelen. Dit bespreken we in de eerstvolgende podcast.

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.