Jozef (Gen. 37-50)
Integrale tekst van de podcast
In de vorige podcast hebben we stilgestaan bij de geschiedenis van Abraham, Izak en Jakob. God heeft een verbond gesloten met Abraham. God belooft Abraham veel nakomelingen en een land. En dat verbond is vervolgens overgegaan naar zijn zoon Izak, en vervolgens diens zoon Jakob. En dan kiest God niet één van de zonen van Jakob uit, maar wil God alle twaalf zonen en hun nakomelingen in Zijn verbond opnemen.
Jakob heeft twaalf zonen gekregen bij vier vrouwen, namelijk bij Rachel en Lea, de twee dochters van Laban. En bij de slavinnen van zijn twee vrouwen, Bilha en Zilpa. Uit die twaalf zonen zijn er twee die een bijzondere rol spelen, namelijk Juda en Jozef. Juda was een kind van Lea, en hij had het eerstgeboorterecht. Als Jakob aan het einde van zijn leven de zegen aan zijn zoons geeft, zien we dat duidelijk wordt dat de Messias uit het nageslacht van Juda geboren zal worden. De tweede zoon met een bijzondere positie was Jozef, de oudste zoon van Rachel, de lievelingsvrouw van Jakob.
In het begin van de Bijbel staan twee thema’s centraal, namelijk nakomelingen en land. De geschiedenis van Jozef gaat met name over het voortbestaan van het volk. Door een langdurige periode van hongersnood wordt het overleven van de nakomelingen van Jakob serieus bedreigd. Maar omdat Jozef tijdig voorraden graan in Egypte weet te realiseren, overleven niet alleen de Egyptenaren maar ook de nakomelingen van Jakob.
De geschiedenis van Jozef neemt een groot deel van het boek Genesis in beslag. De taal is anders dan de geschiedenis van Abraham, Izak en Jakob. Het is een geschiedenis met tal van details en emoties, en leest als een novelle. Het is een geschiedenis die zeer tot de verbeelding spreekt. Als slaaf verkocht door zijn broers, ten onrechte in de gevangenis beland, en uiteindelijk onderkoning van Egypte geworden. Maar ook een geschiedenis waarin haat en verzoening een rol spelen. De geschiedenis is basis geweest voor musicals, theaterstukken, romans en verfilmingen. Kortom, een geschiedenis die zeer tot de verbeelding spreekt.
In het kort is de geschiedenis als volgt.
Jozef was de meest geliefde zoon van Jakob. Dat blijkt uit het feit dat hij een mooi veelkleurig bovenkleed van zijn vader kreeg. Het maakt de broers jaloers. Als Jozef vervolgens tot twee maal toe een droom krijgt die aangeeft dat zijn vader, moeder en broers voor hem zullen buigen, dan neemt de jaloersheid nog verder toe.
Op een gegeven moment vraagt Jakob aan Jozef om te gaan zoeken naar zijn broers die elders het vee zijn gaan weiden. Hij moet aan hen te vragen hoe het met hun gaat. Jozef vindt zijn broers. En de broers zien hun kans schoon om van Jozef af te komen. Ze pakken het bovenkleed van Jozef af, en gooien hem in een put. Als er een karavaan voorbijtrekt, verkopen ze Jozef aan de handelaars. Ze slachten een bokje, dopen het bovenkleed van Jozef in het bloed en sturen het kleed naar vader Jakob. Ze laten hem in de waan dat Jozef verscheurd is door een roofdier.
Door middel van de handelaars komt Jozef terecht bij Potifar, een hoveling van de farao en commandant van zijn lijfwacht. Op een gegeven moment wil de vrouw van Potifar seks hebben met Jozef, maar Jozef weigert. Als Jozef vlucht, pakt ze zijn kleed. Als haar man thuis komt verzint ze het verhaal dat Jozef haar wil aanranden, en Jozef belandt in de gevangenis.
In de gevangenis zijn een schenker en een bakker opgesloten die beiden een droom krijgen. Jozef weet deze dromen uit te leggen. De schenker zou in ere worden hersteld, en de bakker zou worden veroordeeld. En dat gebeurde precies zo.
Twee jaar later krijgt de farao een droom. Of beter gezegd, twee dromen. Geen van de geleerden aan het hof weten de dromen uit te leggen. Dan herinnert de schenker zich Jozef. Jozef wordt uit de gevangenis gehaald en legt de droom uit. Er zullen nog zeven jaren van overvloed komen, maar daarna zullen er zeven jaren hongersnood volgen. Jozef wordt verheven tot onderkoning. Onder zijn leiding worden in heel het land opslagplaatsen gebouwd voor graan. En als er dan inderdaad na die zeven jaren hongersnood aanbreekt, is er voldoende voedsel in Egypte.
Als ook Jakob en zijn familie last hebben van de hongersnood gaan de broers naar Egypte om daar graan te halen. Ze ontmoeten daar Jozef, maar herkennen hem niet. Als het graan op is gaan ze opnieuw naar Egypte. In eerste instantie herkennen ze Jozef weer niet, maar dan maakt hij zichzelf bekend. De broers vrezen de wraak van Jozef, maar Jozef ziet de hand van God in de geschiedenis. Hij is niet uit op wraak. Hij vraagt zijn broers terug te keren naar huis om de hele familie op te halen. Hij wijst zijn familie het gebied Gosen toe. Daar gaat de hele familie van Jakob wonen. Dat gebied Gosen lag in de noordoostelijke Nijldelta, dicht bij de grens van Egypte.
De geschiedenis eindigt met de dood van Jozef. Hij draagt op om zijn gebeente mee te nemen naar het beloofde land als het volk uiteindelijk daarheen zal trekken. Ruim twee eeuwen later is dit ook gebeurt. Jozef wordt dan begraven bij Sichem.
Tot zover de bekende geschiedenis van Jozef in hoofdlijnen. Opvallend is dat deze geschiedenis onderbroken wordt door een andere geschiedenis. Het gaat om de geschiedenis van Juda en zijn schoondochter Tamar. Deze geschiedenis is duidelijk in het midden geplaatst. De geschiedenis van Jozef is in twee helften verdeeld en een reeks van elementen die in de eerste helft van de geschiedenis staan komen in de tweede helft weer terug. In de eerste helft is er bijvoorbeeld sprake van het kleurrijke bovenkleed van Jozef, in de tweede helft van het bovenkleed dat achterblijft bij de vrouw van Potifar. In de eerste helft vermeldt Jozef de dromen die aangeven dat zijn ouders en broers voor hem zullen buigen, in de tweede helft gaat dit in vervulling. Jozef wordt meegegeven aan een karavaan die gom, balsem en cistushars vervoert. En als de broers voor de tweede keer naar Egypte gaan voor graan dan nemen ze als geschenk onder andere gom, balsem en cistushars mee. Het tweede deel, na de geschiedenis van Juda en Tamar, loopt synchroon met het eerste deel, voorafgaand aan de geschiedenis van Juda en Tamar. Kortom, de geschiedenis van Juda en Tamar is doelbewust in het midden van de geschiedenis van Jozef geplaatst.
Ogenschijnlijk is de geschiedenis van Juda en Tamar een zinloze onderbreking van de geschiedenis van Jozef. Maar deze opbouw suggereert dat de geschiedenis van Juda en Tamar niet zonder reden in het midden van de geschiedenis van Jozef staat. De geschiedenis van Juda en Tamar is minder bekend en luidt als volgt.
Juda gaat weg bij zijn broers vandaan en gaat wonen in Kanaän. Daar trouwt hij met de dochter van Sua. Hij krijgt drie zoons, namelijk Er, Onan en Sela. Juda kiest voor zijn oudste zoon Er als vrouw Tamar. Dan sterft Er. En Juda draagt zijn broer Onan op om te trouwen met Tamar. We zien hier een voorbeeld van een zwagerhuwelijk. De bedoeling is dat de kinderen die uit dit huwelijk geboren zouden worden zouden erven in de naam van de overleden Er. Maar Onan weigert zijn plicht te vervullen. Dan sterft ook Onan. Sela, de derde zoon, is nog te jong om te trouwen, en Tamar gaat bij haar schoonvader wonen.
Geruime tijd later sterf de vrouw van Juda. Dan gaat Juda naar Timna om zijn schapen te scheren. Tamar hoort hiervan, legt haat weduwdracht af en vermomt zich als hoer. Ze gaat langs de weg naar Timna zitten. Juda ziet haar, en maakt van haar diensten gebruik.
Drie maanden later wordt duidelijk dat Tamar zwanger is. Ze krijgt een tweeling, Peres en Zerach.
Het is duidelijk dat de tekst zodanig is opgebouwd dat Juda en Jozef met elkaar vergeleken worden. Zoals al eerder is aangegeven, waren Juda en Jozef de belangrijkste zoons van Jakob. Het is opvallend om te zien dat in de hele geschiedenis van Jozef slechts twee uitdrukkingen voorkomen om de zonen van Jakob als broers aan te duiden, namelijk ‘de broers van Jozef’ en ‘Juda en zijn broers’. Nergens wordt bijvoorbeeld gesproken over ‘Ruben en zijn broers’. En zoals we eerder al hebben gezien zijn de zegeningen voor Jozef en Juda aanzienlijk uitgebreider dan die voor zijn andere zoons als Jakob aan het einde van zijn leven zijn zoons zegent.
Jozef vervult een voorbeeldige rol. Hij gedraagt zich zeer correct als de vrouw van Potifar hem wil verleiden. In vergelijking met Jozef komt Juda er niet best vanaf. Juda krijgt een kind bij zijn eigen schoondochter. Maar het opmerkelijke is dat nu net één van de kinderen van Juda, Peres de voorvader van de beloofde Messias is. En dat is precies de reden dat deze geschiedenis van Juda in het midden van de geschiedenis van Jozef is geplaatst. Jozef zal het volk redden van de honger, maar uit Juda zal de Messias geboren worden tot redding van allen die in Hem geloven.
Er is nog een ander element dat opvalt. Jozef trouwt met een dochter van een priester uit Heliopolis. Heliopolis betekent ‘stad van de zon’, en was het centrum van de verering van de Egyptische god Ra. Jozef krijgt twee zoons, Manasse en Efraïm. Die zonen hebben dus een Joodse vader en een heidense moeder.
De Messias zou geboren worden uit Juda. En de geschiedenis laat zien dat die lijn vanaf Juda via Peres loopt. Ook Peres is een zoon van een Joodse vader en een heidense moeder, Juda en Tamar. Zo zit er dus een heidense vrouw in de geslachtslijn van de Messias. We zullen later in deze serie nog een voorbeeld van een heidense moeder in de geslachtslijn van de Messias tegenkomen, namelijk Ruth uit Moab.
De vorige keer hebben we stilgestaan bij de geschiedenis van Abraham, Izak en Jakob. In die geschiedenis valt op dat God rechtstreeks spreekt tot deze aartsvaders. Maar in de geschiedenis van Jozef lezen we slechts één keer dat God spreekt. Helemaal aan het einde van deze geschiedenis, als Jakob aarzelt om naar Egypte te gaan, dan spreekt God tot Jakob en wordt duidelijk dat God wil dat hij naar Egypte gaat om daar Jozef te ontmoeten en te gaan wonen in Gosen. Maar voor het overige wordt Gods handelen op een geheel andere manier duidelijk. Kern van de geschiedenis van Jozef is een uitspraak van Jozef zelf. Als Jozef zich bij het tweede bezoek van zijn broers aan het hof bekend maakt, vrezen de broers de wraak van Jozef. Maar dan antwoordt Jozef geruststellend. In Genesis wordt het als volgt verwoord: ‘Hij zei tegen zijn broers: ‘Ik ben het, Jozef! Leeft mijn vader nog?’ Zijn broers waren niet in staat antwoord te geven, ze waren verlamd van schrik. ‘Kom toch dichterbij,’ zei Jozef tegen hen, en daarop gingen ze dichter naar hem toe. ‘Ik ben Jozef,’ zei hij, ‘jullie broer, die jullie verkocht hebben en die naar Egypte is meegevoerd. Maar blijf kalm en maak jezelf geen verwijten dat jullie mij verkocht hebben en dat ik hier ben terechtgekomen, want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie leven te redden. Er heerst nu al twee jaar hongersnood in het land, en ook de komende vijf jaar zal er niet geploegd of geoogst worden. God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie voortbestaan op aarde veilig te stellen; zo wilde Hij veel levens redden. Niet jullie hebben mij dus hierheen gestuurd, maar God; door Hem ben ik de belangrijkste raadsman van de farao geworden, de bestuurder van zijn hele hof en heerser over heel Egypte. Ga onmiddellijk terug naar mijn vader en zeg tegen hem dat zijn zoon Jozef hem het volgende laat weten: “God heeft mij heer over heel Egypte gemaakt. Kom zo snel mogelijk naar mij toe. U kunt in Gosen wonen, dicht bij mij, met uw kinderen, uw kleinkinderen, uw schapen en geiten en uw runderen en wat u verder maar bezit. Ik zal daar in uw onderhoud voorzien, want de hongersnood zal nog vijf jaar duren. Dan hoeft u geen gebrek te lijden, u niet en ook uw familieleden en uw dieren niet.”’
Jozef zelf geeft de sleutel tot de betekenis van deze geschiedenis. Gods hand wordt niet zozeer zichtbaar doordat hij rechtstreeks spreekt. Gods hand wordt zichtbaar door de manier waarop hij de geschiedenis leidt. De broers wilden Jozef kwaad doen, maar God gebruikte het juist om ervoor te zorgen dat de nakomelingen van Jakob gered worden. Dat neemt niet weg dat wat de broers Jozef wilden aandoen fout was. Maar dat laat wel zien dat God hier boven staat. Dit motief zullen we nog tal van keren tegenkomen in de Bijbel. De mensen doen vaak veel kwaad, maar dat neemt niet weg dat God ondanks dat Zijn plan uitvoert.
Ook andere elementen in de geschiedenis van Jozef onderstrepen het punt dat Gods hand vooral zichtbaar wordt in het handelen van mensen. De lezer wordt ertoe uitgenodigd om Jozefs houding tegenover de vrouw van Potifar te vergelijken met Juda’s houding tegenover Tamar. Om de jaloezie van de broers van Jozef te vergelijken met de vergevingsgezindheid van Jozef. En zo zijn er tal van details in de geschiedenis van Jozef die uitnodigen om na te denken over het antwoord op de vraag hoe Gods hand zichtbaar wordt. God wordt meer zichtbaar in Zijn hand in de geschiedenis en het handelen van mensen, dan in het feit dat Hij rechtstreeks spreekt tot mensen.
De verleiding is groot om allerlei diepere betekenissen in de geschiedenis van Jozef te gaan zoeken. En dat is in de kerkgeschiedenis ook wel gedaan. Maar dat zullen we in deze podcastserie niet doen. Uitgangspunt is consequent dat elke tekst moet worden gelezen vanuit het gezichtspunt van de eerste lezers en hoorders. Dat is ook de reden dat zo sterk gelet wordt op de structuur van een tekst, omdat ervan uitgegaan kan worden dat daarmee de schrijver zelf aangeeft wat de kern van de boodschap is. En het is aannemelijk dat de oorspronkelijke lezers die structuur in de tekst ook zullen hebben herkend en begrepen.
De geschiedenis van Jozef wordt bevestigt door archeologische bronnen. De farao uit de geschiedenis van Jozef is waarschijnlijk Amenemphat de derde geweest. Vanaf het twintigste jaar van zijn regering was er een zware hongersnood in Egypte vanwege de extreem hoge waterstand van de Nijl. Ook bevestigen opgravingen de bewoning van het gebied Gosen door een volk dat herders had, terwijl de Egyptenaren geen dieren weidden door herders. Daarnaast zijn er enkele schriftelijke bronnen gevonden die wijzen op een vreemd volk dat in deze streek heeft gewoond. Zeer opmerkelijk is het onderzoek van David Rohl. Hij meent het lege graf van Jozef te hebben gevonden, en een beeldje van Jozef. Daarmee is Jozef de enige persoon uit de oudste geschiedenis van Israël waarvan we zelfs een beetje een beeld hebben hoe hij eruit zag.
Met Jozef eindigt het eerste deel van de geschiedenis van het volk Israël. De geschiedenis van Abraham, Izak, Jakob, Juda en Jozef vormt een inleiding op de situatie zoals die veel later in het land Israël zal zijn. De belangrijkste stam in het zuiden van Israël was Juda. En de belangrijkste stam in het noorden was Efraïm. En we zien de eerste tekenen van een lijn naar de Messias. Jakob laat in zijn zegen doorschemeren dat uit Juda de Messias geboren zal worden. Later zal duidelijk worden dat Peres, de zoon van Juda en Tamar, de voorvader van de Messias is.
De twaalf zonen van Jakob zijn de stamvaders van de twaalf stammen van Israël. Maar als het gaat over het grondgebied van Israël dan zien we een andere verdeling. De stam Levi had geen eigen grond. Zij moesten als priesters dienst doen in de tempel. En om toch op twaalf stemmen uit te komen zien we dat in plaats van Jozef de stammen Efraïm en Manasse worden genoemd, de zonen van Jozef. Zo omvat het land Israël toch weer twaalf stammen.
Als Genesis eindigt is de belofte aan Abraham dat hij veel nakomelingen zal krijgen bezig in vervulling te gaan. Jakob is met zeventig mensen uit zijn familie terechtgekomen op een plaats waar voldoende voedsel is. Na Jozef volg er een lange periode waarin het volk in Egypte woont en in omvang groeit. Deze belofte aan Abraham is gedurende deze tijd in vervulling gegaan. Over deze periode van ongeveer 200 jaar zwijgt de Bijbel. De draad wordt weer opgepakt als onder leiding van Mozes het volk vanuit Egypte naar het beloofde land vertrekt. Daarmee komt er zicht op de vervulling van die andere belofte aan Abraham, namelijk een eigen land. In de volgende afleveringen van deze podcastserie zullen we stilstaan bij de uittocht. In die geschiedenis spelen Mozes en zijn opvolger een grote rol. Mozes uit de stam Juda. En zijn opvolger Jozua uit de stam Jozef.